Vormenstijl van Engels landhuis

  Historie
De voormalige stadsvilla aan het Julianaplein nummer 8. Datering: augustus 1990. Foto: Erfgoed ’s-Hertogenbosch.
De voormalige stadsvilla aan het Julianaplein nummer 8. Datering: augustus 1990. Foto: Erfgoed ’s-Hertogenbosch.

De vrij gelegen, voormalige stadsvilla aan het Julianaplein nummer 8 staat sinds mei 2001 geregistreerd als rijksmonument. De villa werd in 1910 ontworpen door de architect W.G. Welsing, in opdracht van de Bossche ondernemer J. de Gruijter. Het vertoont elementen van de Engelse landhuisstijl. Het interieur mengt stijlvormen van art deco, neoclassicisme en neogotiek. Welsing heeft als huisarchitect van De Gruyter ook diverse winkelpanden van het grootwinkelbedrijf van de familie gerealiseerd.

Door Ed Hupkens, Kring Vrienden van 's-Hertogenbosch

DEN BOSCH- De vroegere woning bevindt zich op een driehoekig perceel met afgeronde hoek aan het Julianaplein. Aan die zijde is een kleine siertuin. Het erf wordt van de straat afgescheiden door een uit 1922 daterend, ijzeren, ruitvormig sierhek tussen bakstenen pijlers met gecementeerde koppen (uit 1922 en 1955). Het onderkelderde, bakstenen pand telt een twee- en een eenlaags bouwvolume met kapverdiepingen onder een samengesteld dak. Op het tweelaagse volume zit een met blokleien gedekt, afgeplat, omlopend schilddak, bekroond met twee pironnen op de nokeinden. In de dakschilden zijn diverse dakkapellen onder overstekend plat met vensters voorzien van kleine roedenverdeling. De gevels worden plaatselijk verhoogd door middel van dakkopbouwen onder met mastiek en grind gedekt plat en diverse topgevels onder aankappende, eveneens met leien gedekte zadeldaken.

Het complex wordt verlevendigd en geleed door het gebruik van zandsteen voor lekdorpels, aanzet- en sluitstenen, speklagen, sierlijsten, afdeklagen, gevelornamenten en lateien. Rond de entree en op de noordwestelijke hoek zijn sierkolommen toegepast, verder hardsteen voor de traptreden en de deurdorpels. Giet- en smeedijzer is gebruikt voor de balkonbalustrade, het tuinhek en enkele rozetankers. Boven vensters en deuren zijn rechte en gebogen lateien aangebracht, met enkelvoudige en meerdelige kozijnen. Daarin zijn de schuif-, draai- en vaste vensters voorzien van bovenlichten met kleine roedenverdeling en gebrandschilderde glas-in-lood- of kathedraalglas. De hoofdentree onder rondboog is omzoomd met vensters, voorzien van kleine roeden en gekleurd glas-in-lood. In het bovenlicht de spreuk SALVE. Het entreeportaal is onder lessenaardak met aankappend, houten, rondbogig dak op decoratief bewerkte, zandstenen kolommen. In de rechtertravee van de oostgevel is in de muur een gemetselde, gepolychromeerde memoriesteen van Onze Lieve Vrouwe van Den Bosch aangebracht. Het pand is cultuurhistorisch van belang wegens de herkenbaar bewaard gebleven hoofdvorm en de gaafheid van de vele, zeer diverse elementen uit het interieur.

Meer berichten