Wat er overbleef van de Fries stellingmolen van Duffhues is nu een rietgedekte woning.
Wat er overbleef van de Fries stellingmolen van Duffhues is nu een rietgedekte woning.
Rosmolen 285 jaar

Molens in Rosmalen: De (Friese) stellingmolen van Duffhues

  Historie

ROSMALEN - Vrienden van de Bossche Molens brengt dit jaar op 9 september een boek uit over de Molens van Rosmalen, geschreven door vijf kenners. Als 'warming up' plaatst het Stadsblad in aanloop daarnaartoe een reeks artikelen over de molens, geschreven door een van de vijf auteurs.

Door Krien van Hirtum 

Hij bestaat nog! Een beetje… Als je in de Deken Fritsenstraat rechtsaf de Pastoor Coolenstraat inslaat, zie je aan de rechterkant de met rietgedekte molenromp van de oude stellingmolen van Duffhues.

Met Pieter, het tweede kind uit het huwelijk van Johannes Duffhues en Elisabeth Coppes, begint de molengeschiedenis van de tweede wind-korenmolen in Rosmalen. Hij komt van zijn geboorteplaats Veghel naar Rosmalen en trouwt daar op 6 september 1902 met Theodora Lahey.

Een maand later koopt hij – naar aanleiding van een advertentie in de krant - een stellingmolen in Drachten van molenaar Liewe Durksz die daar nog meer molens bezat. De molenonderdelen worden per boot naar Den Bosch verscheept en vandaar met paard en wagen naar Rosmalen gebracht. Eind september heeft hij vergunning gekregen om de molen op te bouwen en op 1 februari 1903 is de molen klaar voor productie.

Wind niet genoeg
Blijkbaar was wind alleen een onzekere factor om te kunnen malen, want in 1918 plaatst hij een benzinemotor om de stenen aan te drijven. Een aantal jaren later wordt in 1931 een dieselmotor gekocht. Er wordt ook een extra koppel stenen aangeschaft, waardoor er dus altijd gemalen kon worden. Een jaar later (1932) stopt Pieter Duffhues als molenaar en zijn oudste zoon Jo en diens vrouw Cato de Werd nemen het bedrijf over. Jo laat in 1934 de molen restaureren waarbij de houten onderbouw wordt vervangen door een stenen.

Oorlog betekent beperking
De oorlogsjaren waren moeilijk. Vaak was er onvoldoende of helemaal geen dieselolie, zodat er alleen maar op windkracht gemalen kon worden. 's Nachts werd er nooit gemalen, omdat alles verduisterd moest zijn. Overdag waren er ook beperkingen, omdat de Duitsers bang waren dat met de stand van de wieken geheime boodschappen aan het verzet en de geallieerden zouden worden doorgegeven. Bovendien voerden de Duitsers graancontrole uit, dat wil zeggen dat er niet méér graan gemalen mocht worden dan de toegestane hoeveelheid.

Meteen na de oorlog, misschien wel ten gevolge van de oorlog, wordt Jo Duffhues ernstig ziek. Hij moet in het sanatorium in Son worden opgenomen en is nooit meer in staat geweest om zijn zware vak uit te oefenen. Daarom wordt zoon Wim, die in Nijmegen bij de Dominicanen studeerde, op 14 jarige leeftijd van het internaat gehaald om in het molenaarsvak te worden opgeleid.

Innovatie baatte niet
In de tweede helft van de vijftiger jaren wordt het bedrijf uitgebreid met een zogenaamde elektrische hamermolen. In feite waren er toen drie maaalsystemen mogelijk: de windmolen; de maalderij met de dieselmotor en de elektrische hamermolen. Deze zijn echter nooit tegelijkertijd gebruikt. Het assortiment wordt uitgebreid en men gaat ook kant-en-klare fabrieksvoeders verkopen. Met de opkomst van de grote mengvoederfabrieken werd het malen allengs minder en daardoor raakt de molen in verval. Vanwege gevaar voor de omgeving worden in 1959 de wieken verwijderd. Kort daarna volgen de kap en het kruiwerk en blijft alleen de romp op de stenen onderbouw nog staan.

Onderbouw blijft over
Doordat de molen niet meer als zodanig werd gebruikt, knaagde de tand des tijds steeds harder aan het houtwerk en werd medio 1976 besloten de molen te slopen. De onderbouw blijft als pakhuis nog in gebruik maar wordt uiteindelijk verkocht. De nieuwe eigenaar maakt er een rietgedekte woning van.

Meer berichten