De plebanie van de Sint-Janskathedraal op de hoek van de Choorstraat met de Parade. Foto: Josephine Peren
De plebanie van de Sint-Janskathedraal op de hoek van de Choorstraat met de Parade. Foto: Josephine Peren (Foto: Josephine Peren)
Monument

Monument: Plebanie van de Sint-Janskathedraal

  Historie

Een pastorie of pastorij is de ambtswoning van een pastoor of dominee. In de katholieke kerk wordt de pastorie van een kathedraal plebanie genoemd, de pastoor van een kathedraal heet een plebaan. De plebanie van de Sint-Jan is gevestigd aan de Choorstraat 1, hoek Parade. Sinds januari 1989 is het pand een rijksmonument.

Ruim twee eeuwen lang heeft er in het gebouw een Bank van Lening gezeten. Op 1 januari 1853 verhuisde deze bank naar de Schilderstraat. Het kerkbestuur van de Sint-Jan kocht een gedeelte van het complex aan de Choorstraat en richtte er een plebanie in. In 1856 trok plebaan P. van Liempt erin. Architect J. Bolsius tekende het ontwerp van het huis dat een inhoud van 4.000 m3 heeft en meer dan 20 kamers bevat.

De plebanie heeft aan de Choorstraat en aan de Parade vrijwel identieke gevels. De voorzijde, aan de Choorstraat, heeft op de verdieping geen vijf maar zeven raamkozijnen naast elkaar. Ook op de begane grond zitten hoge, neogotische vensters. Aan de Choorstraat was het middelste in het oorspronkelijk ontwerp een deurkozijn. In de vijftiger jaren van de vorige eeuw is daar een portiek van gemaakt. Op het metselwerk aangebrachte profielen accentueren de spitsboogvormen. Alle ramen hebben kruiskozijnen. De muurankers hebben eveneens een vorm van een kruis.

Spreekkamers
Links en rechts van de hal bevinden zich twee kleine, voormalige spreekkamers. De hal hangt vol portretten van bisschoppen en plebanen. In alle houten panelen, vensterbanken, luiken, (tussen)deuren, raamvensters en in de balustrade van de trap is hetzelfde, neogotische profiel verwerkt. Boven de tussendeur naar de vestibule zit een bovenlicht. Met daarin een in glas uitgeslepen adelaar met inktkoker in de snavel, het symbool van Johannes Evangelist. De grote vestibule ligt centraal in het huis en geeft toegang tot alle vertrekken op de begane grond. De indeling van de eerste verdieping is ongeveer dezelfde.

Aan de andere zijde van het pand bevinden zich de keuken, de 'remise' (garage) en de vertrekken voor het personeel. Dit deel van het gebouw heeft een eigen huisnummer 3. Vroeger hadden de (inwonende) huishoudsters een eigen opgang naar boven. Een steile trap leidde naar de eerste verdieping met kleine kamers, onder andere droog- en strijkkamers. De achtertuin is verrassend groot, met zicht op de kerk.

Meer berichten