Ernst Verduin (91) overleefde in de Tweede Wereldoorlog vier kampen, waaronder Kamp Vught. Op die plek zal hij tijdens de dodenherdenking dit jaar een van de sprekers zijn. Foto: Sake Elzinga.
Ernst Verduin (91) overleefde in de Tweede Wereldoorlog vier kampen, waaronder Kamp Vught. Op die plek zal hij tijdens de dodenherdenking dit jaar een van de sprekers zijn. Foto: Sake Elzinga. (Foto: Sake Elzinga)

'Normaal zou ik dood zijn gegaan, maar ik ben niet normaal'; kampoverlever spreekt in Vught

VUGHT - Hoewel Ernst Verduin niet-religieus is opgevoed, moet het gezin Verduin op de lijst van Joden komen te staan. "We werden al vanaf het begin van de oorlog gediscrimineerd. Op een gegeven moment moesten we van Bussum naar een 'getto' in Amsterdam verhuizen. In januari 1943 zouden we gaan onderduiken. In die tijd waren in januari alle sloten en andere wateren standaard dichtgevroren. We zouden ons dan makkelijk kunnen verplaatsen. Een week voordat we zouden vertrekken, werden we echter opgepakt en via de Hollandse Schouwburg naar Kamp Vught gebracht."

Door Lisette Broess-Croonen

Vanaf het begin besloot de toen vijftienjarige Verduin dat Kamp Vught een leerschool zou zijn voor de ellende die later nog zou komen. "Wij kwamen met het eerste Jodentransport aan in Vught. We werden in barakken ondergebracht waar geen fatsoenlijke verwarming was. Mijn vader werd betrekkelijk makkelijk barakleider en mijn moeder kampleidster in het Joodse vrouwengedeelte. Mijn zus kwam in de ziekenbarak te werken en ik deed allerlei klusjes bij de administratie of als loopjongen. Daardoor konden wij elkaar af en toe blijven zien. Een echte troost was dat niet. Als je weet dat je vermoord gaat worden, valt er niet veel te troosten. We wisten allang van de gaskamers en wat onze toekomst zou zijn. Door mijn hersens te gebruiken en snel te reageren, wist ik steeds te overleven. Ook probeerde ik een goed contact met de SS-ers te onderhouden. Omdat ik Duits had geleerd op school, kon ik gelukkig goed met ze praten."

Vader nooit meer gezien
In Vught ontsnapte Verduin voor het eerst aan de dood. "Ik werd heel erg ziek en kwam in een coma terecht. Normaal zou ik dood zijn gegaan, maar ik ben niet normaal. Ik overleefde en werd als een mager scharminkel naar Polen gebracht." Een paar dagen eerder vonden de beruchte kindertransporten plaats, maar Verduin ontsprong de dans omdat hij in die maand zestien zou worden. "Als ik een maand later zestien was geworden, was ik wel op dat transport gegaan en was ik hier nu niet geweest. Nu werd ik samen met mijn zus op een later transport gezet. Via Westerbork gingen we naar Auschwitz. Mijn vader zat op dat moment in een werkkamp van Vught en mijn moeder bleef in Vught achter. Mijn vader heb ik daarna nooit meer gezien."

Twee keer doodverklaard
Ook in Auschwitz lag de dood op de loer. "Toen we in Auschwitz kwamen, werden de mannen en vrouwen gescheiden. Dat was de laatste keer dat ik mijn zus zag. Eigenlijk moest ik in de rij voor de gaskamers gaan staan, maar ik ben stiekem in de rij voor werkenden gaan staan. Op een gegeven moment heb ik een opzettelijk arbeidsongeval gehad door mijn linker duim tussen een kiepwagen te stoppen. Tot mijn duim genezen was, kon ik aansterken en kreeg ik goed contact met de administrateur van de ziekenbarak. Die heeft later mijn leven gered. Ook in Auschwitz werd ik ziek. Ik kreeg tyfus en dat betekende normaal gesproken dat je naar de gaskamers moest. Ik was doodziek en werd zelfs twee keer op papier dood verklaard. Die bevriende administrateur leverde echter zijn eigen urine en bloed in, waardoor ik officieel geen tyfus had en gespaard bleef."

Nooit gezwegen
Vlak voor Auschwitz wordt bevrijd, worden de gevangenen op dodenmars gezet. Verduin ontsnapt onderweg in Gleiwitz en springt op een trein naar Buchenwald. "Vlak voor de bevrijding werden nog vele Joden gedood. Toen vertelde ik geen Jood te zijn en omdat ik niet besneden ben, werd ik geloofd. Niet veel later werd het kamp bevrijd door de Amerikanen." Al tijdens zijn verblijf in Buchenwald begon Verduin voor het eerst met het geven van gastlessen. "Na de bevrijding leidde ik de Amerikaanse soldaten rond in Buchenwald en zij vroegen me te vertellen over de concentratiekampen. Terug in Nederland ben ik dat blijven doen. Op een gegeven moment werd er vanuit Westerbork begonnen met het geven van gastlessen op scholen. Dat heb ik tot begin dit jaar nog gedaan. In januari is er vanuit Westerbork een mooie afsluiting geregeld met een laatste gastles waar ook familie en vrienden bij waren. Ik heb mijn verhaal nooit verzwegen, wilde ook wel dat mensen mijn verhaal wisten. Maar ik voel me daardoor niet belangrijk. Er zijn meer mensen die de kampen overleefd hebben. Ik werd in die rol gedrukt. Door mijn hersenen te gebruiken overleefde ik."

Nostalgisch
Ook zijn moeder overleefde de oorlog en met haar was hij bij de opening van Nationaal Monument Kamp Vught. "De eerste keer dat ik in Vught terug kwam, was al in 1957. Ik moest voor mijn werk in Noord-Brabant zijn en ik wilde wel eens terug naar Kamp Vught. Dat was toen een Molukkenkamp. Later ben ik ook terug geweest naar Auschwitz en Buchenwald. Terugkomen in Vught heeft voor mij iets nostalgisch. Het was zeker geen erg negatieve ervaring. Dat liet ik gewoon niet gebeuren. Anders had ik de kracht niet gehad om alles te doorstaan. Natuurlijk ben ik veranderd door de oorlog. Ik ben politiek bewuster en ook nog duidelijker anti-geloof. Ik heb last van claustrofobie en angstaanvallen. Om alles te verwerken heb ik jarenlang gesprekken gevoerd met een psycholoog van de Sinai-kliniek. Mijn hele leven is doordrenkt van de oorlog. De oorlog is er nog iedere dag."

Tijdens de herdenking in Nationaal Monument Kamp Vught zal Verduin zaterdag een overdenking houden. "Daarbij zal ik zeker benadrukken hoe belangrijk het is dat Kamp Vught als herdenkingsplaats zal blijven bestaan."

Meer berichten