Logo stadsbladdenbosch.nl


Een tekening van de hand van G. Pouw van de standerdmolen in Rosmalen. De molen heeft in zijn bestaan verschillende eigenaren, huurders en pachters gehad. Slopen mocht vanwege de Monumentenwet niet, de gemeente werd in 1957 de voorlopig laatste eigenaar.
Een tekening van de hand van G. Pouw van de standerdmolen in Rosmalen. De molen heeft in zijn bestaan verschillende eigenaren, huurders en pachters gehad. Slopen mocht vanwege de Monumentenwet niet, de gemeente werd in 1957 de voorlopig laatste eigenaar.
Rosmolen 285 jaar

Standerdmolen; een beknopte historie

ROSMALEN - Vrienden van de Bossche Molens brengt dit jaar op 9 september een boek uit over de Molens van Rosmalen, geschreven door vijf kenners. Als 'warming up' plaatst het Stadsblad in aanloop daarnaartoe een reeks artikelen over de molens, geschreven door een van de vijf auteurs.

De geschiedenis van de standerdmolen is nauw verbonden met de Engelandse watermolen (1344) op de grens van Berlicum en Rosmalen. In 1377 worden zowel de watermolen als de windmolen voor het eerst (samen) genoemd, als Rutger Cort een windmolen - de 'Creijtenmoolen' - en de watermolen 'op Engeland' aan Andries van Kijlsdonc verpacht. Het eigendom van de molen gaat in de jaren daarna steeds over in andere handen totdat het Convent van Coudewater op 1 september 1628 de molen koopt. Als Frederik Hendrik in 1629 Den Bosch verovert, worden alle geestelijke goederen en - eigendommen geconfisqueerd en komt de molen daarmee in Staatshanden. Het wordt een 'domeinmolen'. Het beheer wordt opgedragen aan een Rentmeester.

Verkocht voor 'goede doel'
Op 28 december 1657 wordt de korenwindmolen door rentmeester Schuijl publiek verkocht nadat de zusters van Coudewater hiertoe een verzoek bij de Staten hadden gedaan. De helft van de opbrengst zou toekomen aan het klooster dat de afgelopen 30 jaren moeilijke tijden had gekend en de andere helft kon dan worden aangewend ten dienste van de Zeven Verenigde Provinciën.

Inmiddels is de windkorenmolen verplaatst en staat hij vanaf 1732 dichter bij de dorpskern van Rosmalen op zijn huidige plaats. De molen wordt dan gehuurd door Joh. Porters uit Oss. Na hem komt Dirk Teulings uit Boxtel en in 1749 wordt de molen gepacht door Jan van Lith uit Lith.

In particuliere molenaarshanden
Jan van Lith, molenaar maar ook raadslid en tenslotte 'viespresident', koopt in de jaren daarna vele stukken grond en in 1755 ook de molen. Op deze manier komt de domeinmolen weer in particuliere handen en zullen zes generaties Van Lith de molen gebruiken voor 'boer, bakker en burger'.

Albert van Lith neemt in 1943, na het overlijden van zijn vader Jan het molenbedrijf over, maar de molen wordt bijna niet meer gebruikt omdat zijn motormaalderij het werk overneemt. Vijf jaar later overlijdt Albert en neemt Gerrit Peters, die met de weduwe Van Lith-Hermens is getrouwd, het molenbedrijf over. Zij willen de molen slopen, maar een Monumentenwet (1948) verhindert dat. Restaureren kost de familie veel geld en zij willen de molen liever aan de gemeente verkopen. Na bijna 10 jaar corresponderen, vergaderen en rapporteren besluit de gemeenteraad in 1957 de molen te kopen en wordt zij op 14 juni eigenaar.

Reageer als eerste
Meer berichten


Shopbox